Test Opel Corsa-e: elektrische stadsrakker

Met de Corsa-e brengt Opel zijn eerste elektrische stadswagen tussen de lijnen. Onderhuids – en dat is geen geheim – maakt hij gebruik van heel wat technologie van zijn Franse neefje, de Peugeot e-208. Maar blijft zijn oerduitse karakter overeind? Wij deden de test!

Opel Corsa-e

Niet onderschatten!

Technisch verwant aan de Peugeot e-208, dus. Dat mag je vrij letterlijk nemen, want zijn aandrijflijn neemt hij helemaal over. Dat betekent een elektromotor van 136 pk en 260 Nm, gekoppeld aan een accupakket van 50 kWh. Een combinatie die ervoor zorgt dat de Duitse stadswagen een actieradius van 337 kilometer voorlegt (althans volgens de WLTP-tests, maar in onze ervaring kan je die sterk benaderen in het echte leven). Tegenover de standaard Corsa zet hij ook een niet te onderschatten 345 extra kilo’s op de weegschaal.

Al merk je daar enkel iets van op verkeersdrempels. Voorts gaat de Corsa-e door het leven als een kwiek stadskarretje. We durven zelfs stellen dat hij veel levendiger is dan zijn broertjes met benzine- of dieselmotor. Een bewijs: de sprint van 0-50 km/u neemt slechts 2,8 seconden in beslag. Ook is zijn besturing licht, maar net een tikje te onpersoonlijk. Het is slechts een voetnoot, want de elektromotor blijft constant bij de les. Het onmiddellijk beschikbare koppel ervan tovert steevast een lach op ons gezicht, in die mate zelfs dat de elektronica soms moest ingrijpen om het binnenste voorwiel in het gareel te houden. Conclusie: binnen geen tijd dartel je vlot door de stadsjungle. Weliswaar blijft het beperkt tot de stad. Eens we de 80 km/u voorbij vlogen, bleek de magie verdwenen omdat de acceleratiecurve daar wat begint af te vlakken.

Zakelijk interieur

Dat tikje magie ontbreekt ook binnenin de Corsa-e. De Duitse stadswagen krijgt een woonkamer waar vooral zakelijkheid primeert. Sleutelwoorden zijn dan ook zwart, strak en een beetje saai. Maar we moeten ook toegeven dat de afwerking best oké was. Bovendien raakten we zeer snel vertrouwd het hele bataljon aan snufjes en technologieën dat de Opel meekreeg. Wel een minpuntje: achteraan is de ruimte – zelfs voor een kleine stadswagen – eerder beperkt. Hetzelfde geldt voor de koffer , waar heel wat ruimte ingenomen wordt door de batterijen. Ter vergelijking: de Corsa-e tikt af op 267 liter aan bagageruimte. Zijn broerje met verbrandingsmotor doet het met  309 liter.

Conclusie

De tijd dat stekkerwagens halve ufo’s waren, ligt gelukkig ver achter ons. Op enkele logootjes en de ontbrekende uitlaatpijpen na verschilt deze Corsa-e nauwelijks van zijn benzine of diesel slurpende alter ego. Desalniettemin hadden we liever een ietwat frivoler design gezien, al zijn we ergens ook blij dat Opel zijn merkidentiteit trouw blijft. Maar het moet gezegd worden: waar de Peugeot e-208 opvalt met zijn leeuwentanden, laat de Corsa nauwelijks zijn gebit zien. Maar dat is smaak natuurlijk. Want de Corsa-e is een wagen die een mooie autonomie aan een degelijke prijs koppelt en zo’n wagens zie je vandaag de dag nog iets te weinig rondrijden.