Test Renault Arkana | Op leerschool bij de premiummerken

Nu bijna één verkochte wagen op twee een SUV is, wordt het steeds moeilijker om jezelf te kunnen onderscheiden. Al sinds enkele jaren gebruiken de premiummerken daarvoor het trucje van de SUV-coupé, een hoogpoter met een vallende daklijn zeg maar. Renault is het eerste volumemerk dat uit hetzelfde vaatje tapt. Na de mild hybride varianten, maakt nu ook een zelfopladende hybride zijn opwachting.

Renault Arkana

“De BMW X4 voor het volk”, zo werd deze Renault Arkana door de pers beschreven. Een vergelijking die best wel opgaat, want met zijn vallende daklijn, chromen accenten en stoere bumpers zet Renault best wel een appetijtelijke SUV-coupé neer. Binnenin gaat het feestje verder, met de knappe stiksels en inlegstukken die de RS-line waar we mee mochten rijden kenmerkt. Uiteraard zijn de gebruikte materialen hier en daar niet op het niveau van de premiummerken, maar die kosten dan ook een pak meer, en in de Arkana lijkt het niet te storen.

Die premium-SUV’s hebben bovendien vaak minder ruimte dan de Arkana. Op elke stoel van de wagen vond onze 1m97 moeiteloos zijn plaats en we pasten ook (nog net weliswaar) onder het dak op de achterste plaatsen. Met 492 (of 518 bij de mild hybride) liter krijg je bovendien een zeer grote koffer mee. Enige praktische minpuntjes: door die vallende daklijn is het zicht naar achteren wel eerder beperkt, zowel naar de hoeken als recht achteruit. De zitpositie is dan weer vrij recht en hoog, wat eerder past bij een comfortabele dan een sportieve rijstijl.

Renault Arkana
Renault Arkana

Technologie uit de Formule 1

De Arkana werd eerst gelanceerd met twee mild hybride motoren, 140 en 160 pk sterk, nu krijgt hij dus gezelschap van een klassieke hybride. Die is 145 pk sterk en wordt gekoppeld aan een klein batterijtje van 1,2 kWh dat je in geen tijd leegrijdt… maar ook weer oplaadt via gerecupereerde remenergie en motorwarmte. Er komen met andere woorden geen laadkabels en -palen aan te pas. Bovendien is zo’n kleine batterij uiteraard licht, wat voordelen oplevert qua rijgedrag en qua verbruik wanneer de brandstofmotor in werking treedt.

Zijn aandrijflijn is niet nieuw, we kennen hem bijvoorbeeld uit de Renault Clio. Bovendien haalde Renault heel wat kennis voor deze hybridemotoren uit zijn Formule 1 programma. We benijden Daniël Ricciardo en Esteban Ocon die vorig jaar met de Renault reden (dit jaar is het team gerebrand naar het sportieve merk binnen de groep, Alpine) voor de comfortabele werking van de krachtbron: de benzinemotor, elektromotor en versnellingsbak werken in perfecte harmonie samen en staan voor een comfortabele rijervaring. Al is het niet meteen de sportiefste – misschien ook de reden waarom het F1-team vorig jaar slechts op een vijfde plaats eindigde in het constructeursklassement.

Renault Arkana

Gunstige vanafprijs

De 10,8 seconden die hij nodig heeft om de 100 km/u te bereiken, zegt immers alles over de sportieve aspiraties van dit toch wel dynamisch getekende model. De acceleraties zijn eerder lineair en de gasrespons is – zeker wanneer de wagen niet in sportmodus staat – niet echt direct te noemen. Al heeft dat karakter wel een gunstig effect op zijn verbruik. Wij sloten onze testdag immers af met een verbruik van 5,3 liter per 100 km.

Zelfde verhaal bij zijn rijgedrag. Verwacht geen echte bochtenpikker, eerder de standvastige zekerheid, naar analogie met de Captur, op wiens platform de Arkana gebouwd werd. Hij is comfortabel genoeg voor het dagdagelijkse verkeer, het stuur geeft veel feedback, maar echte sportieve aspiraties moet je, ondanks zijn looks, niet koesteren. Ook dat heeft de Arkana van de SUV-coupés van de premiummerken geleerd. Al komt die kennis met een vanafprijs van 30.200 euro wel met een schappelijker prijskaartje.

Foto's Renault Arkana