Test Seat Arona: facelift uit het boekje

Kleine SUV’s, ze blijven bij heel wat bestuurders bovenaan het lijstje staan want handig voor in de stad en bovendien wat hoger en dus – in de redenering van velen – wat veiliger. Zo ook de Seat Arona, die sinds zijn lancering in 2017 én van de verkoopstoppers van het merk is. Na een carrière van 4 jaar drong ene facelift zich echter op…

Seat Arona

De nieuwe Arona herken je aan zijn hertekende grille en voorbumper, en dan zeker met de nieuwe mistlichten, die nu een prominentere plaats opeisen. Achteraan kan je zijn naam dan weer in opvallend schrift over de hele kofferklep lezen, maar ook de diffusor en spoiler zijn nieuw. De grootste verandering zien we echter binnenin, met een nu 8,25 of als optie 9,2 duim groot zwevend infotainmentscherm dat connecteerbaar is met Android Auto en Apple Car Play en zelfs via spraakbesturing werkt. He moet dan wel je beste Spaans boven halen via de formulering “Hola Hola”.

De algemene kwaliteitsindruk van de woonkamer van de Arona is dan ook een stukje hoger dan voorheen. De cockpit is digitaler, de aircomonden zijn knap afgewerkt en de materialen zijn over het algemeen zachter, zeker zij die in het oog springen. Ja, je vindt af en toe wat hardere plastics en de centrale armsteun is niet in de hoogte verstelbaar, maar zulke afwerkingsdetails zal je altijd vinden in een wagen die aan deze prijs verkocht worden. Bovendien is de digitale profileringsdrang in de Arona nog niet te hard doorgeslagen, waardoor je nog altijd fysieke knoppen vindt voor de belangrijkste functies, zoals de airco.

Seat Arona

Het oude recept

Onderhuids blijft alles hetzelfde als voor de facelift. Je hebt dus enkel keuze uit benzinemotoren (95, 110 of 150 pk), de 95 pk sterke variant op aardgas uitgezonderd. Het ontbreken van een diesel voor een eerder kleine wagen die vooral voor de stad gebruikt zal worden, stoort ons niet, maar wil Seat helemaal mee zijn, is toch een vorm van (milde) hybridisering de volgende jaren noodzakelijk. Met een verbruik van 6,6 liter voor de 110 pk versie scoort hij immers niet slecht, maar de concurrentie zit natuurlijk niet stil.

Nu we het toch over onze geteste versie hebben: het typische driecilindergeroffel blijft ook in de Arona aanstekelijk. Bovendien wist de Spaanse constructeur een zeer mooi compromis tussen dynamiek en comfort te creëren. Hij reageert zeer goed op je impulsen – al schiet de wagen misschien net iets te traag uit de startblokken – en stuurt levendig. Hij rijdt met andere woorden vrij sportief zonder daarin te overdrijven en alle comfort te verliezen. De Arona blijft immers een gezinswagen.

Seat Arona

Qua looks, technologie en veiligheid verbeterd, zijn rijkwaliteiten behouden. De facelift van de Arona is er één uit het boekje. De volgende generatie Arona zal er echter niet zo gemakkelijk van afkomen, want elektrificatie dringt zich ook in het segment van de kleine stadscrossovers op, met onder meer een plug-in hybride Renault Captur of de zelfs al volledig elektrische Hyundai Kona.