Wanneer zijn mistlichten verplicht?

Iedereen reageert verschillend op mist. Wanneer zet je je mistlichten aan? En mag je je grootlichten gebruiken? Dit zegt de wegcode.

Mistlichten

Wat staat er in de wegcode?

Hoewel bestuurders verschillend reageren, is de wegcode wel glashelder: je moet je achterste mistlicht gebruiken wanneer mist of sneeuwval de zichtbaarheid vermindert tot minder dan 100 m. Ook bij felle felle regen is het gebruik van de mistlichten aangewezen.

Dat wat het achterste mistlicht betreft, wat de voorste exemplaren aangaat, is de wetgever een pak minder duidelijk: “De voormistlichten mogen slechts gebruikt worden bij mist, sneeuwval of felle regen”, lezen we in de wegcode. Over een maximale zichtbaarheid spreekt men dus niet. Het gebruik van de voorste mistlichten is dan ook niet verplicht.

Boetes?

Veel automobilisten vergeten hun mistlichten af te zetten eens ze uit de mistbank rijden. Een onoplettendheid die je een fikse duit kan kosten. Je mistlichten gebruiken waar het niet hoeft, is immers hinderlijk voor je medechauffeurs. Het kan hen zelfs verblinden. Daarom wordt het gekwalificeerd als een overtreding van de tweede graad, waardoor je een boete van 116 euro kan krijgen.

Enkele tips

- Sommige mensen raden aan om met je grootlichten (ook bekend als de ’faren') door dichte mist te rijden. Dit is niet verboden, maar ook niet echt een goed idee. De grootlichten worden immers verspreid en gereflecteerd door de waterdruppels in de mist, waardoor je minder ziet.

- Het gevaarlijkste in de mist is het zogenaamde ‘aanzuigeffect’. Mensen gaan steeds sneller rijden om hun voorligger te kunnen blijven zien. En dat kan voor gevaarlijke situaties zorgen eens die voorligger op de rem gaat staan.

- Wees daarom geduldig wanneer je bij mistig weer rijdt. Rem langzaam om andere voertuigen de kans te geven om te reageren en te anticiperen.